Xterra Netherlands 2021, 11 september 2021

Wat een mooie wedstrijd is de Xterra Netherlands. En net zoals vorige keer in 2019 was het ook dit jaar heerlijk weer voor deze prachtige Xterra.

Eigenlijk is dat altijd het geval op Ameland: always in the sun, regen is de uitzondering. Wind trouwens niet, die is er altijd voldoende om de wedstrijd een extra dimensie te geven. Dit jaar niet uit noordoostelijke richting (wind tegen op het strand), maar uit het zuidwesten (wind tegen op de duinen).

Xterra Netherlands is onze internationale en grootste cross triathlon van Nederland. Dit jaar met ruim 800 deelnemers, waarvan ruim 400 op de lange afstand. En door de overtocht naar Ameland voelt ie ook een beetje buitenlands, alsof je op vakantie bent. Zeker als je vrijdag al aankomt (een aanrader) en pas zondag weer vertrekt, dan zie je niet alleen tijdens de wedstrijd, maar ook daarvoor en daarna nog wat van het eiland. Ook al zal dat niet zoveel zijn als tijdens de wedstrijd zelf: ik had na afloop 48,67 kilometer op de teller staan, waaronder 1.601 meter zwemmen (met een aanloopje), 36,27 kilometer mountainbiken en 10,4 kilometer hardlopen/trailrunnen. Hoogtemeters vielen mee: 209 meter in totaal bij fietsen en lopen.

We starten als agegroupers om 14.07, twee minuten na de 28 elite-atleten die om 14.05 van start gingen en twee minuten voor de 22 relay-teams. Met de stevige wind (windkracht 4) waren er mooie hoge golven, zeker als je wat verder uit de haven kwam. Dat betekende nogal wat zout water happen. Heb je gelijk je zoutvoorraad voor de rest van de wedstrijd op orde. Bij de elite waren Jorik van Egdom en Diede Diederiks de favorieten (en ze maakten die rol helemaal waar). Bij de agegroupers hoopte ik op een goeie uitslag. Alle cross triathlons op Ameland had ik tot nu toe op het podium gestaan, maar dat is nooit een voor succes tijdens de volgende wedstrijd. Dit jaar waren er veel inschrijvingen in mijn agegroup: bijna 30. Genoeg concurrentie dus en weinig namen die ik kende. We gaan het zien.

Het publiek had dit jaar een website waarop de atleten te volgen waren, daar werd dankbaar gebruik van gemaakt (https://www.athlinks.com/event/318952). Maar als atleet heb je dat dan weer niet. Je hebt geen idee hoeveel atleten er voor je en hoeveel er achter je zitten. Hooguit krijg je een indruk in de transitiezone door het aantal fietsen dat er nog in de rekken hangt (of al weg is). Tactisch racen zit er dus niet in. Het is gewoon gaan en kijken waar je eindigt.

Ik had het geluk om bij de zwemstart redelijk vooraan te staan, waardoor ik bij de eerste honderd meter ruimte had om mijn slag te vinden. Ik probeerde in de benen van mijn voorgangers te blijven – wat lukte – met als nadeel dat je niet meer je eigen koers kunt uitzetten. Maar dat nadeel weegt niet op tegen het voordeel dat je hebt van drafting. Zie bijvoorbeeld het volgende artikel (hoe dicht moet je achter iemand zwemmen): https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/12840639/ en dit artikel (hoeveel voordeel levert drafting op): https://www.eatsleepswimcoach.com/drafting/, waarin een voordeel tussen de 20/30% wordt beloofd (er zijn ook artikelen te vinden, waar gesproken wordt over 3% voordeel, maar ja, alles is natuurlijk winst als het tempo van je voorganger voldoende hoog is en je het kunt bijhouden).

Aan het einde van de eerste ronde van 750 meter in een voor mij supertijd van 12.40 minuten rende ik achter mijn voorganger aan om me weer in zijn voeten te nestelen. Maar dat viel tegen. Op een of andere manier miste ik de aansluiting en moest wachten op een volgende atleet die me zou passeren. Dat gebeurde niet. Dat betekende alleen de tweede ronde afmaken. Door goed navigeren kon ik bij de tweede boei waar we omkeerden toch terugkeren in zijn (of haar, moeilijk te zeggen) voeten. Maar ook nu moest ik na een meter of 100 weer lossen. Blijkbaar was het beste er bij mij af. Ik besloot dan maar te gaan voor een goeie zwem-fietswissel en sprintte het water uit op weg naar T1. Ik haalde twee atleten in. En ging vervolgens in de eerste scherpe bocht genadeloos onderuit. Uitgegleden over het gras. Opkrabbellen en verder rennen naar mijn fiets. Achteraf kostte het me weinig tijd. Ik had een 23ste tijd met wisselen en dat is lang niet slecht.

Bij het fietsen had ik op het eerste verharde gedeelte sterk het gevoel dat ik een lekke band had. Ik had het gevoel dat mijn velg af en toe de weg aantikte. Ik besloot het in elk geval tot T2 vol te houden, dan was ik bij mijn loopschoenen en hoefde ik geen drie kilometer te wandelen. En als het geen lekke band was, dan was het een hele lege band. Tijdens de persconferentie op vrijdag was hét onderwerp van gesprek de bandenspanning geweest. Ik had goed in mijn oren geknoopt dat rond de 1,0 bar de ideale bandenspanning was. ’s-Ochtends had ik daarom nog wat extra lucht uit mijn banden laten lopen. Dat zou zo maar te veel geweest kunnen zijn. Ik was sowieso niet zeker van de lekdichtheid van mijn tubeless-banden. Dat had de afgelopen dagen nogal wat voeten in de aarde gehad. Om niet te veel in piekeren te vervallen, besloot ik om het tempo hoog te houden, dan kon ik in elk geval nog wat energie kwijt. Bij T2 leek het alsof de band niet zachter was geworden. Ik werd wat geruster en reed het bos in met wat meer vertrouwen. De vaart zat er goed in. Tenminste, als ik dat afmat aan het aantal atleten dat me passeerde.

Normaal heb ik met een redelijke zwemtijd de eerste 10 kilometer ‘last’ van snelle fietsers (en langzame zwemmers) die me inhaalden. Maar nu gebeurde dat eigenlijk niet. Wel zag ik voor me een groepje van een man of vijf à zes rijden en besloot m’n tanden in een inhaalpoging te zetten. Dat lukte redelijk. Tenminste, degenen die van het groepje afvielen, haalde ik in. Maar de harde kern van het groepje bleef net buiten mijn bereik. Ook over het eerste stuk van het strand. En ook weer terug in het bos. Pas toen we uit het bos kwamen en het pad naar de vuurtoren opgingen, bereikte ik de groep. Om vervolgens te merken dat hun tempo net iets te hoog was. Even zat ik bij hen, maar al gauw hadden ze weer 100 meter voorsprong. En dat bleef zo. Ik had graag in hun wiel gezeten. De wind was hard en pal op kop. Ik ploeterde alleen voort, maakte me zo klein mogelijk en probeerde slim om de stukken mul zand heen te rijden.

In de buurt van de vuurtoren – op een stuk asfalt – had ik even een dip. In plaats van dichterbij te komen – ik dacht: “Dit is mijn kans op het asfalt” – raakte ik verder achterop. Tweehonderd meter, driehonderd meter. Ook bij atleten die me nu toch inhaalden, kon ik niet aanhaken. De tegenwind moest niet meer te lang duren, dan zou mijn tempo drastisch teruglopen. Gelukkig word je soms op zo’n moment gered. Bij mij waren het vrijwilligers die in de buurt van de vuurtoren me aanmoedigden. Het parcours werd iets technischer met klimmetjes en afdalingen. Ik kreeg er weer plezier in.

Voordat ik er erg in had, hoorde ik de zee en zag ik het brede strand voor me. Nu wist ik, was het moment om goeie keuzes te maken. Waar zou ik gaan rijden, wat was de ideale lijn, waar zou het zand steviger zijn, en waar zou ik erin wegzakken. Ik had deze keer geluk. Daar waar het groepje voor me (het was ondertussen uit zicht geraakt) allemaal kozen voor een korte weg naar de vloedlijn, koos ik voor een stuk over het hogere strand. En dat pakte goed uit. Ik was na een paar honderd meter de groep voorbij. Zij nog duwend met de fietsen aan de hand. Ik met een flinke vaart op weg naar T2. Met de wind in de rug ging het snel, zeker toen een atleet van vergelijkbare leeftijd zich meldde en we kop-over-kop over het strand scheurden. Ik zag op mijn Garmin dat het tempo boven de 40km/uur kwam. We haalden dan ook eigenlijk iedereen in. Dat voelde goed. Ik rekende snel uit: bij het opgaan van het strand hadden we ongeveer 24 kilometer gehad. Met ruim 9 kilometer over het strand zouden we uitkomen op 33 kilometer. Dan was het nog maar 3 kilometer door de duinen. Geen reden dus om me in te houden.

Bij T2 aangekomen wisselde ik weer snel en begon aan het looponderdeel. Het venijn van het loopparcours zit bij het strand, dus het was zaak om in het eerste deel flinke vaart te maken. Ik probeerde de vermoeidheid van het fietsen niet te voelen en koos een stevig tempo. Zo snel als we bij de strandopgang waren, was de vaart er bij mij helemaal uit, maar dat was bij iedereen het geval. Op het strand was het zaak om ‘platvoetend’ zo weinig mogelijk weg te zakken in het zand. Dan kon je blijven hardlopen. Strand weer af, strand weer op, nog een keer strand af en richting het einde van de eerste ronde. Ik voelde me goed en begon me af te vragen waar ik zou liggen in de wedstrijd. Ik meende in elke voorganger een M55-59 te herkennen. Dat was steeds de aanleiding om er een tandje bij te doen. Achteraf overbodig. Na de finish bleek dat ik bijna 20 minuten voorsprong had op nummer 2. Maar ja, dat was na de finish. En die was er na 3.09 uur. Klaar! De grootste opsteker was er nog bij de prijsuitreiking. Vittoria had een prijs beschikbaar gesteld voor de snelste fietsers per leeftijdscategorie. En daar hoorde ik ook bij. Bijzonder voor iemand waar het fietsonderdeel altijd het zorgenkind is. Niet deze keer dus. Wat is er verder nog voor moois om te delen. Deze en volgende Xterra is NieuwBeeld (www.nieuwbeeld.nl), het bedrijf van Rob, Ward, Margreet en mij hoofdsponsor van Xterra Netherlands. We komen volgend jaar weer terug! Mijn zoon Quirijn werd 1ste in zijn leeftijdscategorie M20-24 en 16de overall (inclusief de elite-atleten) en het Nieuw Beeld Relay team van Felix, Hugo en David (in volgorde van hun sportonderdeel) is 8ste geworden. Quirijn en ikzelf kwalificeerden ons met onze eerste plaatsen weer allebei voor de WK Xterra op Maui. Naar keuze in 2021 of 2022. Wie weet….?

En als laatste: nog één Xterra te gaan in Europa. De Xterra Italy in Molveno, ook gelijk de ETU European Championships 2021 (Europe Triathlon & Duathlon Cross Championships 2021 | XTERRA Trentino Dolomiti Paganella (trentinoeuropeanchampionship.com).

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.