Challenge Sanremo, Sanremo, Sprint Race, 4 oktober 2026

Challenge Sanremo. Niet de middle distance, maar de sprint. Niet een race waar je meer dan duizend kilometer voor reist zou je zeggen. Maar dat verandert als je zoon je vraagt om mee te gaan op het moment dat hij ingeschreven staat voor de halve afstand. Mooie afsluiting van het triatlonseizoen van 2026. Voor hem de vierde halve dit jaar. Voor mij de eerste keer dat ik meega als support. Tenminste. Ik bestudeer de website en zie dat er op dezelfde dag ook een sprintrace is. En – dat kan niet anders dan de voorzienigheid zijn – er een ‘window of opportunity’ is tijdens de middle distance race. Quirijn start om 9.00 uur, begint met fietsen rond 9.30 en maakt dan één grote ronde van 90K met ruim 1.000 hoogtemeters. Dan is ie wel van 9.30 tot 12.00 aan de slag. En laat nou de sprintrace starten om 10.00 uur. Tel daar een ruim uur bij en ik ben op tijd terug om Quirijn te zien wisselen van fietsen naar lopen. Inschrijven was nog mogelijk, een fiets huren (bij Amici Bikes in Sanremo) ook.

Quirijn heeft zijn fietsronde op woensdag al verkend. Samen rijden we mijn ronde op donderdag. Hoogtepunt – voor wielerliefhebbers – is de beklimming van de Poggio, beroemd en berucht van Milaan – Sanremo. De bijna mythische naam Poggio doet meer vermoeden dan het eigenlijk is. Een klimmetje van een paar kilometer van gemiddeld zo’n 4% en maximaal 5%. We rijden er soepel op en af. Als bonus fietsen we nog naar Busana Vecchia, een door een aardbeving verwoest plaatsje, dat in de afgelopen 50 jaar langzaam weer is opgebouwd. Dat was wel even een pittige klim, maar dan staan de benen ook maar gelijk op scherp.

We zwemmen nog wat in zee (onwaarschijnlijk warm met bijna 25 graden), verkennen het loopparcours, een in een fietspad getransformeerde oude spoorbaan direct langs de kust en proeven van de Italiaanse sferen. We zijn onder de indruk van de oude stad. En van de jachten in de haven. Een soort uitwijkhaven voor Monaco: de jachten zijn groots, maar blijven allemaal onder de 80 meter. Zaterdag is rustdag met af en toe wat spatjes regen, maar dat is bij 23 graden niet zo’n probleem.

Zondag is race day. We staan om 6.15 uur op, ontbijten en gaan samen op pad naar T1, ongeveer 2K van de zwemstart verwijderd. Die start was dan weer een minuut lopen van ons verblijf. Het aantal deelnemers was niet overweldigend: op de middle distance ongeveer 350, op de sprint 250. Gelukkig maar, want het parc fermee was ook niet echt groot. Terug bij het strand van de zwemstart Spiaggia Antenna, volgden voor de start nog wat chaotische taferelen: alle atleten moesten van het strand af om daarna weer terug te komen. Er zat ergens bij de ingang van het strand een chip-check-punt. Daarna was het opstellen en vrij onverwachts starten. Op de aftermovies was steeds een waterstart te zien, maar niet deze keer: het was de zee in rennen, waar al vrij snel grote keien lagen. Beste was gelijk maar zwemmen. Ik fietste naar T1 terug, zette mijn spullen klaar en kon Quirijn zien wisselen naar het fietsen. Nog een klein half uurtje voor mijn start.

Wij starten op een andere plek: vanaf de pier vlak bij T1. Ik was natuurlijk ondertussen gewaarschuwd. Ook hier moesten we voor de start (de helft lag al in het water) weer van de pier af om ons te laten scannen. Ik stond al vooraan bij de scan. Mijn moment om op kop te liggen. Bij de kade werden we toegesproken door een onverstaanbare official die de startprocedure toelichtte. Na – of misschien tijdens – zijn toelichting sprongen er steeds meer atleten in het water, waarbij de eersten het op een sprinten zette. Pas na 100 meter lukte het de enige kanoër om ze tegen te houden. We lagen al halverwege de eerste boei. Verrassend was ook het aantal atleten met een wetsuit. Op Instagram was om 8.00 uur de boodschap Sprint NO WETSUITS verschenen, maar dat was aan menigeen voorbijgegaan. Niet aan mij, ik was zonder wetsuit. Dat was me in Duitsland ook al gebeurt. “Pannenkoek”, dacht ik.

Vanuit het niets klonk opeens een toeter en de race was gestart. Er werd wat geslagen en geschopt. Ik hield er twee paarsblauwe tenen aan over. Wist niet zeker of ze ook bloeden, en wilde dat ook niet weten. Eerst maar eens finishen. We waren onderweg naar de eerste boei, zwemmend dwars op de golven. Na de eerste boei werd het golven en wind mee, dat ging lekker snel. En – zoals dat is met een sprint – was ik voordat ik het wist alweer op het droge onderweg naar mijn fiets. Het was een draft legal race, dat was de eerste kilometer volle bak richting een groepje en dan even uitpuffen. Daar had je dan maar twee kilometer wat aan, daarna begon de klim naar Busana en viel de groep uit elkaar. Ik had de vaart er goed in en wist de een na de ander in te halen, ook naar beneden. Tijdens het fietsen schoof ik op van de 70ste naar de 30ste plaats! Beneden weer bij een volgende groep aangehaakt richting de Poggio. En ook daar viel de groep op de beklimming uit elkaar. Inhalen gebeurde niet vaak meer. Wel zaten er wat jo-jo-atleten tussen: gas geven en dan weer terugvallen. “Sprinters”, dacht ik. Je bent eigenlijk ‘boven’ voordat je het door hebt. Dan is het afdalen naar de kust, naar Sanremo en naar T2.

Lopen is voor mij – eigenlijk altijd al – zo hard mogelijk van start gaan en dan kijken hoe lang ik dat volhoud. Dat was ook deze keer best wel lang. Samen met een jonge atleet liep ik de eerste 2,5K onder de 10 minuten, daarna was – vooral door de hitte – de vaart er wel een beetje uit. In een kleine 20 minuten was ik terug: als 30ste overall bij de mannen en als 1ste in mijn AG. Lekker een pastamaaltijd halen en wachten op Quirijn …

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.